maandag 3 juli 2017

Het uitstrijkje deuxième partie

Goed. Ik ben dus nu 35. En dat betekent dat ik weer mocht. Vanochtend. Naar de huisarts. Voor een uitstrijkje.

Elke vijf jaar mag ik. Net als iedereen trouwens. De eerste keer dat ik ging was ik nog 29, herinner ik me nog als de dag van gisteren (ik weet zelfs nog wat ik aan had) en ik kan eigenlijk niet geloven dat dat alweer 5,5 jaar geleden is. Waar die tijd gebleven is? Het is me een raadsel. En ergens voel ik borrelen dat ik daar binnenkort heel persoonlijk over ga bloggen.

Maar goed, eerst dat uitstrijkje. Op zich ook best persoonlijk, hoewel ik niet op details in zal gaan. Wat ik wel wil vertellen is dat mijn oud-buurvrouw mij vanochtend hielp. Zij werkt namelijk als doktersassistent. Een oude bekende dus. Van kletsen over koetjes en kalfjes ging het naar vragen als 'Doet het pijn?', 'Hou je het nog vol?' en opmerkingen als 'Nog eventjes' en 'Ik ben bijna klaar', terwijl ze met een lampje vol in mijn 'flamoes' scheen die opeens een stuk minder intiem aanvoelde dan normaliter.

Het viel best mee. Enorm mee, zelfs. Het stelt echt niks voor, zo'n onderzoek en ik ga ervan uit dat ik net als vijf jaar geleden gewoon weer voor vijf jaar goedgekeurd word. Voor ik het wist was ik weer thuis, maar niet voordat we na de behandeling gewoon verder kletsten over dezelfde koetjes en kalfjes. Toen ik opstond om weg te gaan, liep ze met me mee naar de deur. Ze gaf me een hand en sprak een afsluitende zin uit, waarop ik meteen een weerwoord had. En terwijl ze me allervriendelijkst aankeek, twijfelde ik of ik hem zou maken. Het grapje. Een inkoppertje. Of ik het weerwoord zou zeggen. Ik deed het niet. Maakte hem tóch maar niet.

"Leuk je weer eens gezien te hebben," zei ze.

Drie keer raden wat mijn weerwoord zou zijn geweest.

maandag 19 juni 2017

Kinderlogica to the max

Iedereen die mij een beetje kent, weet ik dat dól ben op mijn nichtje Lise. En sinds ze half mei grote zus is geworden van Fenne en ze dus nu met z'n tweetjes zijn, is mijn dolheid zelfs meer dan verdubbeld.

Op bezoek kom ik al niet eens meer in het huize broerlief; ik ben eerder onderdeel van het meubilair. Hoewel ik bij binnenkomst altijd heel enthousiast wordt begroet met een knuffel en een kus door de kleine blonde draak en ze me daarna uitgebreid vertelt wat ze die dag gedaan heeft, is het daarna al gauw vrij normaal dat ik er ben. Tante Kim dit en tante Kim dat, het is geweldig om dat kleine meiske zo vaak te zien. En haar klein zusje nu natuurlijk ook.

Zo was ik laatst op maandagavond tijdens spitsuur bij hen thuis. Ik was er een uurtje om te helpen, omdat broerlief weg moest. Rond bedtijd dus. Ene kind in bad, andere op de arm. Daarna de baby in bad en televisie kijken met de inmiddels schoongewassen peuter. Daarna baby beneden aan de borst van haar moeder, terwijl peuter en ik ons vermaakten met Buurman en Buurman vlak voor het slapen gaan. Dat tante Kim haar naar bed zou brengen, zei haar moeder tegen Lise. Omdat Fenne nog moest drinken bij mama.

Echt erom te springen stond ze niet, die kleine muiter van ruim 2,5. Als het moet, dan moet het, dacht ze, maar in eigen huis werd ze toch het liefst naar bed gebracht door een van haar eigen ouders. Snap ik natuurlijk. Maar Fenne bleek toch op tijd klaar. Ze had blijkbaar haar buikje vol en hoefde niet meer te drinken. Mama kon Lise dus toch alsnog zelf naar bed brengen. Het meiske was bijna euforisch.

Plots liep ze naar mij toe. Ik wilde bijna net als Buurman en Buurman "A je to!" tegen haar roepen en haar een kus geven voor het slapengaan, toen ze me opeens op mijn borst aanraakte. Ze keek me aan.
"Fenne bij jou verder drinken?" vroeg ze op haar allerschattigst.
Ik schoot in de lach. Haar moeder ook. Had ze toch helemaal niet in de gaten gehad dat haar zusje al gestopt was met drinken. Dacht ze toch zomaar dat, omdat haar moeder haar naar bed ging brengen, de baby wel bij tante Kim verder kon drinken.
Dat dat niet kon, antwoordde ik. Dat er geen melk in mijn borsten zat. Dat tante Kim eerst zelf een baby moest krijgen, legde ik uit. En dat ik die nog niet had.
Ze dacht even diep na.
"Ikke wel!" riep ze toen uitgelaten, terwijl haar moeder aanstalten maakte om naar boven te gaan en ik de kleine Fenne op mijn arm nam.

Kinderlogica. Briljant af en toe.

woensdag 14 juni 2017

Thirty freaking five

"Leuk hoor, al die reisverhalen op je reisblog, maar wanneer ga je weer verhalen op je andere blog schrijven?"

Mijn vriendin M. stelde me deze vraag afgelopen donderdag terwijl we een hapje aten op een heerlijk terras in de ondergaande avondzon. Toevallig, voor zover toeval bestaat, vond ik het. Want ik had namelijk een paar weekjes geleden, toen ik rondreisde door Toscane, besloten dat ik weer wat meer moest gaan bloggen. En dan niet alleen reisverhalen op mijn reisblog. Nee, ook weer andere verhalen. Zoals eerder. Gewoon over mijn dagelijkse leven. Waar ik ooit mee begon.

Ik zou gauw jarig zijn, dacht ik. En dat zou een beste mijlpaal zijn. Dus een mooi moment om weer te gaan bloggen. Het eerste onderwerp bedacht ik ook al. Inderdaad, mijn verjaardag. En dan niet zozeer mijn verjaardag an sich, maar meer de leeftijd die mijn verjaardag met zich meebracht. Ik weet nog dat ik vijf jaar geleden opzag tegen dertig worden. Hoe anders was dat nu. Afgelopen zondag was het zover. Mijn vijfendertigste verjaardag. Sjongejonge!

Goed. Vijfendertig dus. Dat is een behoorlijke nijlpaard. Op een of andere manier tikt de klok gewoon door en word ik er elk jaar gewoon weer eentje ouder. Ik hoef er niets voor te doen en niets voor te laten. Net als iedereen natuurlijk. Zoals de zon die voor niets opgaat, zo gaat de leeftijd ook vanzelf. Waarom ik eerst 35 moest worden om weer te gaan bloggen? Geen idee. Misschien is het niet zozeer de leeftijd 35, maar meer het getal. Mooi rond, wilde ik zeggen, maar dat is het natuurlijk niet. Half rond. Halverwege een decennium. Misschien daarom.

Maar niet alleen maar daarom. Afgelopen winter was ik op Curaçao. En terwijl ik daar was en van het leven daar genoot gebeurde er onbewust iets. Ik ontspande. Maar dan echt. Helemaal volledig. Zoals ik in de pak 'm beet 15 maanden daarvoor niet had kunnen ontspannen. En voor mijn gevoel kon ik vanaf dat moment de draad weer enigszins oppakken na alle ellende van die tijd ervoor. Ik schreef hier over die ellendige tijd. Om nog maar te zwijgen over de tijd erna.

En die bak ellende heeft zijn sporen nagelaten, kan ik je vertellen. Nog steeds. Soms neem ik teveel hooi op mijn vork en als ik dan op zaterdag weer eens mijn bed niet uitkom omdat werkelijk al mijn ledematen met lood gevuld lijken te zijn, vraag ik me af op welk moment ik in die week weer mijn grens ben overgegaan. Dingen die voorheen moeiteloos gingen, gingen een hele tijd helemaal niet. Daarna kwam er een tijd dat ze wel weer gingen en nu ben ik zover dat ik bijna weer alles aankan. Met af en toe een tegenslag. En dan een fikse.

Mezelf herpakken heet dat. Heft weer in eigen handen nemen en de regie weer oppakken. Ik ben verdorie 35! Het is tijd om weer wat te gaan dóén! Maar toch heb ik die tijd nodig gehad. Om te herstellen en om weer op adem te komen. Om mezelf weer aan te zetten, nadat ik echt weken, wat zeg ik, maanden volledig uit heb gestaan. Ik heb het gevoel dat ik er weer ben. Anders dan voorheen, dat wel. En zoals ik was, word ik nooit meer. Maar ik ben er weer. Niet altijd, maar meestal wel.

Mooi moment dus om weer te gaan bloggen. Gewoon over mijn leven. En alles wat zich daarin afspeelt. Gewoon omdat het leuk is. Omdat mijn leven leuk is (je zou het niet geloven, maar dat vind ik echt), omdat ik schrijven leuk vind en omdat jullie het leuk vinden om te lezen natuurlijk. Op mijn reisblog Kim Around the World schreef ik overigens wel volop de afgelopen tijd. Benieuwd?

Dus weer meer stukjes de komende tijd. En dus niet alleen op mijn reisblog over de geweldige reizen die ik maak en heb gemaakt, maar ook hier. Gewoon over alles wat ik meemaak. Leuk dat je meeleest. O, en mijn reisblog? Je wist nog niet dat ik die had? Dan wordt het wel echt tijd. Hier kun je hem vinden. Waar? Hier? Ja, hier inderdaad. Of hier. En hier. En vooruit hier ook. En niet alleen even gluren of lurken, maar echt lezen. Ik beloof je dat je geïnspireerd raakt. Volgen dus! Dat kan trouwens ook via de Facebook-pagina van Kim Around the World.

En vanaf nu zo ongeveer wekelijks ook weer hier dus. Kom je af en toe buurten?

zaterdag 24 september 2016

KLUSTERVLIEGEN

Ik weet niet meer of ik er wakker van werd of dat het gewoon het eerste geluid was dat ik hoorde toen ik vanochtend wakker werd.

Gezoem.

Een vlieg, dacht ik. Bij het raam, achter het rolgordijn. Dat gebeurt wel vaker, dacht ik, toen nog onwetend. Het irriteerde me en ik vond de kracht mezelf uit bed te hijsen met als doel op z’n brommende kop te meppen, zodat hij tot in de eeuwigheid zou rusten in vrede. Amen.

Maar toen ik het gordijn open schoof en het rolgordijn aan kanten schoof schrok ik. Het was niet zomaar een schrik. Het was niet dat ik alleen maar dacht, o jee, wat erg. Het was ook weer niet zo’n schrik dat ik dacht, o jee, dit is de hel op aarde en na vandaag zullen de lichten uit gaan. Nee, het was meer een schrik in het genre hand voor mijn mond en met open mond vol verbazing kijken naar het afschuwelijke tafereel dat plaatsvond tussen het rolgordijn van mijn slaapkamer en de slaapkamerruit. Er zat namelijk niet één bromvlieg, nee, er zaten er wel tien. Wat zeg ik? Wel twintig!

Naast het slaapkamerraam zit nog een raam en daarnaast nog een. Ik durfde het bijna niet aan, maar schoof uiteindelijk ook deze rolgordijnen opzij en mijn schrik werd alleen maar groter. Ze zaten allemaal stil. De een op de vensterbank, de ander op het rolgordijn. Een in de nok en de ander op de ruit. Ze bewogen niet en maakten geen geluid. Maar ze waren er wel. Wel vijftig in totaal. Vieze, smerige, dikke, vette, gore, zwarte bromvliegen. Het begon me spontaan overal te jeuken.

Ik ging naar de andere kamers. Op de vensterbank bij het raam van de overloop was een kerkhof van zwarte schepseltjes ontstaan, in de badkamer zaten de gevleugelde vuillakken te stoeien met de luxaflex en in de kamers aan de voorkant hoorde ik ze telkens tegen de ruiten aanvliegen, alsof er dikke regendruppels tegen de ramen aan kletterden. De zolder durfde ik echt niet aan, maar nieuwsgierig als ik ben, ging ik toch en wat ik daar aantrof deed me denken aan de film ‘Birds’, maar dan met vliegen in plaats van vogels (ergens toch ook wel weer prettig) en wonder boven wonder kwamen ze gelukkig niet massaal op me af gevlogen. Het waren er, zonder overdrijven, hónderden! Ze waren behoorlijk mat en lamgeslagen. Evenals ikzelf inmiddels.

Mijn broer schoot me te hulp. Hij belde een mannetje en die zei dat ik een bestrijdingsmiddel moest kopen tegen deze zogenaamde klustervliegen. Dus dat deed ik. We spoten de kamers onder en een uur later lagen er zoveel zwarte lijken in mijn huis dat ik er bijna onpasselijk van werd. Ik pakte de stofzuiger en zoog alle godvergeten motherfuckers in een keer op, waarna ik iets ging doen wat dringend moest volgens de gebruiksaanwijzing op de spuitbus en wat ik al máánden op de planning had staan, maar wat er tot dusver nog niet van was gekomen. Ik ging poetsen.

En hoe. Amara van het RTL Weer zei gisteren dat dit weekend weleens het laatste mooie weekend van het jaar zou kunnen zijn. Het zonnetje scheen buiten en tijdens het zemen van de ramen vol in mijn ogen, waardoor ik mijn kekke, stoere, zwarte zonnebril op deed. Ik zag eruit al een special agent van de FBI zwaaiend met een groen Jemako-lapje, maar dat kon me niet schelen. Het huis moest schoon en wel nu!

En dat lukte. Uren later plofte ik neer op de bank, de hele bovenverdieping riekend naar Andy met Eucalyptus en mijn benen loodzwaar wegens een zwaar gebrek aan conditie. De vliegen waren weg. Drie keer over heb ik alle kamers platgespoten met de vliegenbestrijder, heb ik de dooien moeten opzuigen en vervolgens de ramen moeten zemen en de vensterbanken en kozijnen moeten afnemen. Maar het was de moeite waard.

Want de vliegen zijn dood.

De vraag is alleen… voor hoe lang? 

zondag 10 april 2016

DANKBETUIGING

108 reacties op mijn Facebookpost die verwees naar mijn blogpost. Zeven reacties op de post zelf. Inmiddels 598 keer gelezen. Binnen een paar uur werd het mijn op een na best gelezen blog en daar is het blijven steken. Op een tweede plek. In 'n dag tieds.

Een overload aan reacties kwam meteen binnen. Ik wist niet wat er gebeurde. Mijn telefoon en laptop kregen in de loop van die maandag een plek in de hoek. Ik besloot 's avonds alles te lezen. Want elke keer als ik een van de apparaten opende waren er weer reacties bijgekomen en kwamen er weer tranen. Tranen van ontroering en verdriet. Maar ook omdat ik het bijzonder vond dat mijn stuk tekst door zóveel mensen gelezen werd en dat het zoveel teweeg leek te brengen. Dat ze vonden dat het goed geschreven was ook. Van die opmerking blijf ik altijd blozen, over welk schrijfsel uit mijn vingers dan ook.

Enórm veel kaartjes en steunbetuigingen ontvingen we. En nog steeds enorm veel berichten en kaartjes van mensen die vragen hoe het gaat. Ook uit onverwachte hoek. Oud-collega's, nieuwe collega's. Vriendinnetjes van vroeger en vriendinnen van nu. Kennissen, (verre) familie, buren. Families van vrienden. Honderden kaarten.

Mama ontving ze zelf al, toen ze ziek was. De kaarten bleven maar komen. Bizar hoe er met haar meegeleefd werd. Ze was geen prater, maar het deed haar zoveel. Dat zag je gewoon. Schuldig voelde zich zelfs. Omdat ze al die mensen had laten schrikken. De trend zette zich voort toen ze er eenmaal niet meer was. Ze had eens moeten weten.

Het is hartverwarmend te weten dat zoveel mensen meeleven. Feit is dat niemand exact weet waar we doorheen gingen en nog steeds gaan. Sterker nog, mijn beleving is anders dan die van mijn broers en andere familieleden. Maar dat maakt niet uit. Het gaat erom dat er aan je gedacht wordt. Dat er zoveel mensen zijn die met je meeleven. Die over je praten 's avonds tijdens het eten of 's ochtends bij het ontbijt. Die de moeite nemen om je te laten weten dat ze er zijn. Die een kaartje schrijven of een appje sturen. De een zegt veel, de ander weinig. De een kan het beter dan de ander. Maar dat het gedaan wordt is hartverwarmend. Dat zij de volgende dag gewoon weer opstaan, naar hun werk gaan en doorgaan met hetgeen ze altijd al deden, terwijl voor mij mijn hele leven plotsklaps op zijn kop staat, maakt ook niet uit. Zo is het nou eenmaal. Het is niet hun proces. Het is mijn proces.

Maar bij ieder kaartje dat in de bus lag, bij iedere bos bloemen die bezorgd werd, bij ieder appje dat ik ontving, bij iedere reactie op mijn blog en bij ieder mailtje dat in mijn inbox prijkte, werd ik bij iedere letter van al die hartverwarmende woorden die ik las emotioneel en voelde ik alleen maar warmte. Om nog maar te zwijgen van al die hartverwarmende knuffels, omhelzingen en zoenen die ik ontving van al die mensen die afscheid kwamen nemen van mam en ons sterkte kwamen wensen. De blikken in al die ogen. Van verdriet, meeleven en steun. Ik zou me nu anders voelen als jullie er niet allemaal waren geweest.

Het deed en doet mij nog steeds zoveel. Dank jullie wel.